nl-NLen-GB
Waar kunnen wij u mee helpen? How can we help you?
Search
Contact
Het opzegverbod staat in de weg aan een ontbinding op de g-grond

Het opzegverbod staat in de weg aan een ontbinding op de g-grond

Gepubliceerd: 18-apr-2017 08:00

Onderstaand bericht is geschreven door Aranka de Voogd en gepubliceerd door SDU Opmaat Arbeidsrecht op 18 april 2017.

Werkgeefster verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van (o.a.) een verstoorde arbeidsverhouding. Deze verstoorde arbeidsverhouding is ontstaan nádat werkneemster zich ziek heeft gemeld. De kantonrechter oordeelt dat de verwijten die werkgeefster aan werkneemster maakt in het kader van de communicatie, het meewerken aan mediation en aan re-integratie, in meer of mindere mate in relatie tot de arbeidsongeschiktheid wegens ziekte van werkneemster staan. Zodoende is hier sprake van het opzegverbod en dit opzegverbod staat gezien artikel 7:671 lid 6 BW in de weg aan een ontbinding van de arbeidsovereenkomst

 

Arbeidsongeschikt

Werkneemster is vanaf 1 september 2010 werkzaam voor werkgeefster. Per 9 december 2015 is werkneemster arbeidsongeschikt vanwege reumatische klachten. Op 12 december 2015 informeert werkgeefster werkneemster per mail dat de bedrijfsarts is ingeschakeld.

De gemachtigde van werkneemster laat op 25 februari 2016 aan werkgeefster weten dat het contact met werkneemster via de gemachtigde moet gaan lopen.

 

Inmiddels heeft werkgeefster aan de bedrijfsarts de vraagstelling voorgelegd of werkneemster voor aanvang van haar dienstverband had kunnen weten dat haar werkzaamheden zouden leiden tot toename van klachten en arbeidsongeschiktheid voor haar eigen functie. Op 8 april 2016 koppelt de bedrijfsarts in zijn spreekuurverslag terug dat hij tot de conclusie is gekomen dat werkneemster dit niet voor aanvang van haar dienstverband had kunnen voorspellen.

In de periode december 2015 en januari 2016 zijn er twee verklaringen van artsen die werkneemster ongeschikt achten voor haar eigen dienstverband.

 

Tussen april en juni 2016 worden gesprekken gestart over het inzetten van mediation.

 

Passende werkzaamheden

Op 16 juni 2016 geeft de bedrijfsarts aan dat werkneemster met in achtneming van nader genoemde beperkingen medisch gezien inzetbaar is in aangepaste werkzaamheden ook mogelijk buiten de conflictsituatie om.

Op 7 juli 2016 roept werkgeefster werkneemster op om passende werkzaamheden uit te voeren. Werkneemster is echter van oordeel dat zij die werkzaamheden niet kan uitvoeren en vraagt zodoende een deskundigenoordeel bij het UWV aan. Daar werkneemster het deskundigenoordeel afwacht en niet de passende werkzaamheden komt uitvoeren, kondigt werkgeefster op 12 juli 2016 een loonstop aan.

Op 18 augustus 2016 wordt in het deskundigenoordeel vastgesteld dat de aangeboden passende werkzaamheden niet passend zijn. Naar aanleiding van het deskundigenoordeel laat de bedrijfsarts weten dat hij bij zijn oordeel blijft en dat er benutbare mogelijkheden zijn.

Vervolgens roept werkgeefster werknemer op 26 augustus 2016 per mail op om de volgende dag passende werkzaamheden te komen uitvoeren. Werkneemster is wederom van oordeel dat de werkzaamheden niet passend zijn en vraagt wederom een deskundigenoordeel aan. Werkgeefster past nu per 27 augustus 2016 een loonstop toe.

Uit het deskundigenoordeel blijkt nu echter ook dat de werkzaamheden wel passend zijn.

Werkgeefster roept werkneemster wederom op en werkneemster geeft nu wel gehoor aan de oproep. 

 

De mediationtraject levert niet het gewenste resultaat en  is per december 2016 geëindigd.

 

Het verzoek

Werkgeefster heeft de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden onder andere op grond van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding (g-grond). Werkgeefster zou zich tot het uiterste hebben ingespannen (onder andere door het beproeven van mediation) om deze verstoorde arbeidsverhouding op te lossen, doch mocht dit niet baten. Tevens zijn er volgens werkgeefster geen mogelijkheden tot herplaatsing van werkneemster binnen een redelijke termijn.

 

Het verweer

Werkneemster stelt dat de verzochte ontbinding verband houdt met haar langdurige en werk gerelateerde arbeidsongeschiktheid en dat om die reden het verzoek van werkgeefster dient te worden afgewezen.

Volgens werkneemster waren de verhoudingen juist volstrekt normaal voor haar ziekmelding. Pas daarna begonnen de contacten moeizamer te lopen.
Zelfs als al gesteld kan worden dat er sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding dan is deze volgens werkneemster niet dusdanig ernstig en/of duurzaam, dat dit een reden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst zou kunnen zijn.

Indien de kantonrechter toch besluit de arbeidsovereenkomst te ontbinden dan verzoekt werkneemster de haar toekomende transitievergoeding als ook een billijke vergoeding toe te wijzen.

 

De beoordeling – is het opzegverbod van toepassing?

De kantonrechter stelt vast dat beide partijen het erover eens zijn dat voor de ziekmelding van werkneemster op 9 december 2015 de verhouding tussen partijen goed was. Werkgeefster geeft ook zelf aan dat de verstoring is ontstaan met het feit dat werkneemster niet eerder dan 8 december 2015 open en eerlijk is geweest over haar lichamelijke klachten tijdens het werken  die kennelijk al gedurende langere tijd door werkneemster werden ervaren. Werkneemster geeft echter aan dat zij pas over haar klachten is gaan spreken toen het echt niet meer ging.

 

De bedrijfsarts heeft in het spreekuurverslag zich over deze kwestie uitgesproken en vastgesteld dat werkneemster niet voor aanvang van haar dienstverband bij werkgeefster of kon weten dat de werkzaamheden bij werkgeefster zouden leiden tot toename van de klachten en arbeidsongeschiktheid voor haar eigen werk.

De verwijten die werkgeefster aan werkneemster maakt in het kader van de communicatie die via de gemachtigde moest lopen, het meewerken aan mediation en aan re-integratie, staan in meer of minder mate in relatie met haar ongeschiktheid wegens ziekte en kunnen werkneemster naar het oordeel van de kantonrechter werkneemster niet worden tegengeworpen. Daarbij zijn de kantonrechter geen feiten of omstandigheden gebleken dat werkneemster onredelijk zou hebben opgesteld of niet voldoende zou hebben meegewerkt.

 

Gezien voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst verband houdt met omstandigheden waar het opzegverbod wegens ziekte betrekking op heeft en wijst het verzoek tot ontbinding af.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28 maart 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:1898

Bron: Opmaat_Arbeidsrecht, nieuwsbericht 2017/??

Disclaimer

De blogs en publicaties op deze website bevatten informatie van algemene informatieve aard. Afhankelijk van de feitelijke omstandigheden van een specifiek geval kan de informatie op bepaalde gevallen niet, dan wel verminderd van toepassing zijn. De informatie in de blogs/publicaties is niet bedoeld als, en dient niet te worden beschouwd als, juridisch advies van welke aard dan ook. NOVO Advocatuur en Mediation is dan ook niet aansprakelijk voor de gevolgen van het eventuele gebruik dat van de informatie wordt gemaakt, zonder dat deskundig juridisch advies is ingewonnen. Juridisch advies is altijd maatwerk. Wint u dus in een voorkomend geval altijd deskundig juridisch advies in.

Neem contact met ons op

Nieuwsbrief

Wekelijks worden de actualiteiten binnen het arbeidsrecht besproken. De belangrijkste of noemenswaardige uitspraken en artikelen passeren hier de revue.
Uiteraard mag u ook zelf ideeën aandragen. Wellicht ziet u het antwoord daarop hier op de site volgende week terug!
Wilt u niets missen? Meld u zich dan hieronder aan voor de maandelijkse nieuwsbrief!