nl-NLen-GB
Waar kunnen wij u mee helpen? How can we help you?
Search
Contact
Transitievergoeding toch verschuldigd omdat de cao deze niet expliciet uitsluit

Transitievergoeding toch verschuldigd omdat de cao deze niet expliciet uitsluit

Gepubliceerd: 23-mrt-2018 08:00

Onderstaand bericht is geschreven door Aranka de Voogd en gepubliceerd door SDU Opmaat Arbeidsrecht op 23 maart 2018.

De werkgever besluit geen nieuwe overeenkomst met de gemeenten aan te gaan in het kader van de Wmo. Na de verleende ontslagvergunning door het UWV worden de arbeidsovereenkomsten rechtsgeldig opgezegd en hebben de werknemers recht op een transitievergoeding op grond van artikel 2 van de Cao Transitievergoeding VVT. De werkzaamheden worden echter overgenomen door een nieuwe partijen en het grootste deel van de werknemers treedt in dienst bij de nieuw opdrachtnemer met behoud van anciënniteit. De werkgever stelt zich nu op het standpunt dat er sprake is van overgang van onderneming althans van opvolgend werkgeverschap. Het hof oordeelt dat als dit al het geval zou zijn de Cao Transitievergoeding de betaling van de transitievergoeding om die reden niet uitsluit. De werkgever dient zodoende de transitievergoeding aan de werknemers te voldoen.

Feiten

In het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) heeft werkgever voor de periode t/m 31 december 216 een overeenkomst met een aantal gemeenten gesloten waarbij inwoners hulp bij het huishouden krijgen van de Dienst Schoonmaakondersteuning van werkgever. De activiteiten van deze dienst zijn echter ernstig verlieslatend voor werkgever en na adviesaanvraag aan haar OR is besloten om de activiteiten van de Dienst Schoonmaakondersteuning te staken.

Werkneemster en bijna al haar collega’s (254) zijn voor onbepaalde tijd in dienst bij werkgever en na hen boventallig te verklaren, verzoekt werkgever op de a-grond (artikel 7:669 lid 3 sub a BW) de arbeidsovereenkomsten op te zeggen en geeft daarbij o.a. aan dat zij niet verwacht dat sprake zal zijn van een overgang van onderneming. Na het verzoek van de werkgever verleent het UWV toestemming voor opzegging van de arbeidsovereenkomsten.

Omstreeks 2 augustus 2016 zegt werkgever de arbeidsovereenkomsten op waarmee de arbeidsovereenkomst van werkneemster eindigde op 31 december 2016.

Op de arbeidsovereenkomsten is de cao VVT van toepassing verklaard. Deze cao liep af op 1 april 2016 en kende een wachtgeldregeling die op grond van artikel 2 Besluit overgangsrecht transitievergoeding tot 1 juli 2016 voorging op de wettelijke transitievergoeding van artikel 7:673 BW.

De cao-partijen hebben vooruitlopend op de totstandkoming van de nieuwe cao hebben partijen (waaronder werkgever) een cao gesloten met een looptijd van 1 juli 2016 tot en met 31 december 2016 waarin de bepalingen omtrent het wachtgeld vervallen zijn verklaard voor dienstverbanden die eindigden vanaf 1 juli 2016. Deze cao genaamd Cao Transitievergoeding VVT is op 25 augustus 2016 algemeen verbindend verklaard. In artikel 2 van de cao is bepaald onder welke voorwaarden werknemer recht heeft op een transitievergoeding en is tevens bepaald dat er een zogenaamd vloerbedrag zal worden uitgekeerd in geval er recht is op een transitievergoeding, zijnde tweemaal het bruto maandsalaris vermeerderd met de maandelijkse bruto onregelmatigheidstoeslag.

Voorts is in de Cao Transitievergoeding VVT bepaald dat de werkgever niet kan afwijken van hetgeen in de cao is bepaald, tenzij anders is aangegeven en dat de cao slechts van toepassing is voor over zij niet in strijd is met dwingendrechtelijke bepalingen.

In september 2016 gunnen de gemeenten de schoonmaakondersteuning in het kader van de Wmo aan een nieuwe partij met ingang van 1 januari 2017. De dag erna treedt een groot deel van de werknemers van werkgever in dienst bij de nieuwe partij met behoud van anciënniteit en, op in ieder geval één werknemer na, voor onbepaalde tijd. Tevens is dezelfde salarisschaal aangeboden als bij de inmiddels ex-werkgever. Niet alle werknemers hebben dezelfde arbeidsvoorwaarden behouden.

De werkneemster is niet in dienst getreden bij de nieuwe partij.

De werkgever stelt zich op het standpunt dat de transitievergoeding niet verschuldigd is daar er sprake is van een overgang van onderneming, althans opvolgend werkgeverschap.

Hoger beroep

De werkgever keert zich in hoger beroep tegen de toewijzing door de kantonrechter in eerste aanleg van de verzochte transitievergoeding. Zij acht het onaanvaardbaar dat zij een transitievergoeding moet betalen terwijl de werknemers hun baan behouden. Zij gaat er daarbij vanuit dat er sprake zou zijn van een overgang van onderneming, althans opvolgend werkgeverschap.

Beoordeling hof

Cao-norm

Het hof oordeelt dat de Cao bepaalt dat indien de arbeidsovereenkomst wordt opgezegd door de werkgever met toestemming van het UWV, werknemers een transitievergoeding ontvangen. Het gaat daarbij om een gelijkwaardige voorziening als bedoeld in artikel 7:673b lid 1 BW, waarbij zelfs een vloerbedrag een mogelijk voordeel kan geven aan de werknemers en derhalve niet ten nadele van de wettelijke bepaling wordt afgeweken.

Een schriftelijke toelichting van (een deel van) de cao-partijen die door de werkgever in hoger beroep alsnog is overgelegd die een nadere uitleg inhoudende een afwijking van die bepaling in de cao geeft, komt volgens het hof geen betekenis toe voor de uitleg van de cao. De cao moet immers uitgelegd worden aan de hand van de zogeheten cao-norm, waarbij de cao uitgelegd moet worden naar objectieve maatstaven en de bewoordingen in beginsel doorslaggevend zijn (HR 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2687).

Nergens in de cao staat aangegeven dat de aanspraak van de werknemer op een vergoeding vervalt bij (mogelijk) ‘baanbehoud’. Afwijking van de cao door de werkgever is niet toegestaan, tenzij in de cao anders is aangegeven, wat aangaande dit onderwerp niet het geval is.

Opzegging vernietigbaar dan wel nietig?

De opzegging door de werkgever kan ook niet als ingetrokken worden beschouwd. De werkgever heeft er bewust voor gekozen om op 1 januari 2017 geen personeel meer in dienst te hebben bij de Dienst Schoonmaakondersteuning, omdat dat haar zonder overeenkomst (in het kader van de Wmo) € 350.000 aan salarissen zou kosten.

Tevens ging zij ervan uit dat per die datum geen sprake zou zijn van een overgang van de onderneming, daar het niet waarschijnlijk zou zijn dat de werknemers met behoud van dezelfde salarisschaal elders aan de slag zouden kunnen gaan.

Werkgever betoogt nu echter dat de opzegging van de arbeidsovereenkomsten vernietigbaar is wegens overgang van onderneming (artikel 7:670 lid 8 BW). Een dergelijk beroep op vernietigbaarheid (artikel 7:681 lid 1 aanhef en onder b BW) komt – als er al sprake zou zijn van een overgang van onderneming – uitsluitend aan de ontslagen werknemer toe, die de bescherming van artikel 7:663 BW wenst.

Met het beroep van werkgever op de nietigheid van de opzegging door werkgever op grond van artikel 3:40 BW maakt het hof ook korte metten. Werkgever heeft niet aangetoond waarom haar eigen opzeggingshandeling strijdig zou zijn met de openbare orde of goede zeden, laat staan dat die strijdigheid zo ernstig is dat werkneemster beschermd moet worden terwijl zij geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid de opzegging te vernietigen.

Het hof is van oordeel dat de kantonrechter de werkgever terecht heeft veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12 maart 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:2336

 

Bron: Opmaat_Arbeidsrecht, nieuwsbericht 2018/170

Disclaimer

De blogs en publicaties op deze website bevatten informatie van algemene informatieve aard. Afhankelijk van de feitelijke omstandigheden van een specifiek geval kan de informatie op bepaalde gevallen niet, dan wel verminderd van toepassing zijn. De informatie in de blogs/publicaties is niet bedoeld als, en dient niet te worden beschouwd als, juridisch advies van welke aard dan ook. NOVO Advocatuur en Mediation is dan ook niet aansprakelijk voor de gevolgen van het eventuele gebruik dat van de informatie wordt gemaakt, zonder dat deskundig juridisch advies is ingewonnen. Juridisch advies is altijd maatwerk. Wint u dus in een voorkomend geval altijd deskundig juridisch advies in.

Neem contact met ons op

Nieuwsbrief

Wekelijks worden de actualiteiten binnen het arbeidsrecht besproken. De belangrijkste of noemenswaardige uitspraken en artikelen passeren hier de revue.
Uiteraard mag u ook zelf ideeën aandragen. Wellicht ziet u het antwoord daarop hier op de site volgende week terug!
Wilt u niets missen? Meld u zich dan hieronder aan voor de maandelijkse nieuwsbrief!