nl-NLen-GB
Waar kunnen wij u mee helpen? How can we help you?
Search
Contact
HR geeft 6 gezichtspunten om te bepalen of er sprake is van een arbeidsvoorwaarde

HR geeft 6 gezichtspunten om te bepalen of er sprake is van een arbeidsvoorwaarde

Gepubliceerd: 27-jun-2018 08:00

Onderstaand bericht is geschreven door Aranka de Voogd en gepubliceerd door SDU Opmaat Arbeidsrecht op 27 juni 2018.
 

De Hoge Raad geeft zes gezichtspunten om te beoordelen of uit een gedragslijn van werkgever een arbeidsvoorwaarde voortvloeit.

Voorts oordeelt de Hoge Raad dat het laten plaatsvinden van een comparitie in hoger beroep ten overstaan van één raadsheer-commissaris en het direct wijzen van een eindarrest door drie raadsheren in strijd met het onmiddellijkheidsbeginsel is.

Feiten

Voor werkgever gelden diverse cao’s die (mede) door FNV zijn afgesloten. In 2012 heeft werkgever na instemming te hebben verzocht bij de centrale ondernemingsraad, haar inschaling en salarisontwikkeling van 2 groepen werknemers die een salaris boven de cao-grens verdienen gewijzigd. Deze werknemers zouden niet langer de automatische cao-loonsverhoging dan wel indexering ontvangen, maar hun salarisverhoging is afhankelijk gesteld van de persoonlijke beoordeling. FNV is niet betrokken bij de onderhandeling over de voorgenomen wijziging van het beloningsbeleid.

FNV heeft - op grond van artikel 3:305a BW - vervolgens gevorderd dat werkgever de eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden voor de werknemers ongedaan maakt. Volgens FNV is werkgever niet bevoegd primaire arbeidsvoorwaarden eenzijdig en in afwijking van de het beloningssysteem van de cao te wijzigen.

Kantonrechter en hof

De kantonrechter heeft de vordering van FNV in eerste instantie niet-ontvankelijk verklaard, daar geen sprake zou zijn van een gelijksoortig belang (artikel 3:305a BW).

In hoger beroep heeft het hof geoordeeld dat de vordering van FNV wel ontvankelijk is en heeft een comparitie van partijen gelast. De comparitie heeft plaatsgevonden ten overstaan van een raadsheer-commissaris, waarna direct een eindarrest is gewezen door drie raadsheren waarbij de vordering van FNV is afgewezen.

FNV is naar aanleiding hiervan in cassatie gegaan.

Beoordeling

Arbeidsvoorwaarde?

Om te bepalen of er sprake is van een arbeidsvoorwaarde oordeelt de Hoge Raad dat dit aankomt op de zin die partijen aan elkaars gedragingen (en in verband daarmee staande verklaringen) hebben toegekend en redelijkerwijs mochten toekennen.

Daarbij benoemt de Hoge Raad 6 gezichtspunten aan welke betekenis toekomen:

  1. de inhoud van de gedragslijn,

  2. de aard van de arbeidsovereenkomst en de positie die de werkgever en de werknemer jegens elkaar innemen,

  3. de lengte van de periode gedurende welke de werkgever de desbetreffende gedragslijn heeft gevolgd,

  4. hetgeen de werkgever en de werknemer in verband met deze gedragslijn jegens elkaar hebben verklaard of juist niet hebben verklaard,

  5. de aard van de voor- en nadelen die voor de werkgever en de werknemer uit de gedragslijn voortvloeien, en

  6. de aard en de omvang van de kring van werknemers jegens wie de gedragslijn is gevolgd.

 

Onmiddellijkheidsbeginsel

De Hoge Raad oordeelt dat het gewezen eindarrest door de drie raadsheren nietig is omdat dit, nadat een comparitie in hoger beroep heeft plaatsgevonden ten overstaan van een raadsheer-commissaris, in strijd is met het onmiddellijkheidsbeginsel (artikel 134 Rv en 6 EVRM & in HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3076, NJ 2015/181, en HR 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:662). FNV heeft immers nimmer afstand gedaan van haar fundamentele recht, om haar standpunt mondeling ten overstaan van die raadsheren uit een te zetten. Het hof had immers niet in haar tussenarrest bepaald dat de comparitie er mede toe strekte om partijen in de gelegenheid te stellen hun stellingen toe te lichten. Nu de comparitie mede is benut om partijen in de gelegenheid te stellen hun standpunten in te lichten, overweegt de Hoge Raad dat zodoende de comparitie dan ook ten overstaan van die drie raadsheren, die het eindarrest zouden wijzen, had moeten plaatsvinden. Afwijking van deze regel kan alleen plaatsvinden als partijen hiervan tijdig een mededeling hadden ontvangen (HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3259 en HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3264, rov. 3.5.1 en 3.6.2-3.6.3) of als een dergelijke opmerking in het procesreglement van het hof was opgenomen, wat niet het geval is.

Dit betekent overigens niet dat partijen ook na een comparitie nog om pleidooi kunnen verzoeken ten overstaan van de meervoudige kamer (artikel 134 Rv).

Beslissing

De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof Amsterdam en verwijst het terug naar het gerechtshof Den Haag.

Hoge Raad 22 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:976

Bron: Opmaat_Arbeidsrecht, nieuwsbericht 2018/354

Disclaimer

De blogs en publicaties op deze website bevatten informatie van algemene informatieve aard. Afhankelijk van de feitelijke omstandigheden van een specifiek geval kan de informatie op bepaalde gevallen niet, dan wel verminderd van toepassing zijn. De informatie in de blogs/publicaties is niet bedoeld als, en dient niet te worden beschouwd als, juridisch advies van welke aard dan ook. NOVO Advocatuur en Mediation is dan ook niet aansprakelijk voor de gevolgen van het eventuele gebruik dat van de informatie wordt gemaakt, zonder dat deskundig juridisch advies is ingewonnen. Juridisch advies is altijd maatwerk. Wint u dus in een voorkomend geval altijd deskundig juridisch advies in.

Neem contact met ons op

Nieuwsbrief

Wekelijks worden de actualiteiten binnen het arbeidsrecht besproken. De belangrijkste of noemenswaardige uitspraken en artikelen passeren hier de revue.
Uiteraard mag u ook zelf ideeën aandragen. Wellicht ziet u het antwoord daarop hier op de site volgende week terug!
Wilt u niets missen? Meld u zich dan hieronder aan voor de maandelijkse nieuwsbrief!